Watersnood in de Betuwe

04-12-2011 00:00
0 reacties

LIENDEN - De afgelopen maanden zagen we veel tv-beelden van landen die geteisterd werden door overstromingen. Jongere Betuwenaren worden dan weer herinnerd aan de evacuatie van februari 1995. De ouderen uit deze regio weten uit eigen ervaring wat het is om twee meter water in je huis te hebben. Beusichemmer Richard van de Velde neemt u terug naar die winter van '44-'45.

Nadat in september 1944 operatie Market-Garden was mislukt ende strijd in Arnhem en de slag om Opheusden in oktober ten einde waren,ontstond er in de Betuwe een patstelling tussen de Duitsers en de Geallieerden. Door de vele regen die er in herfst van 1944 was gevallen, was het peil van de Rijn en de Waal en daarmee ook de grondwaterstand erg hoog geworden. De Duitsers wilden met behulp hiervan de geallieerden uit de Overbetuwe verdrijven. Het idee was dit gebied onder water te zetten tot de liniedijk tussen Kesteren en Ochten, de Engelsen die daar verbleven, moesten dat gebied dan wel ontruimen.


Dijkdoorbraak bij Elden
Op 2 december 1944 rond vijf uur in de middag lieten de Duitsers met behulp van dynamiet de dijk nabij de spoorbrug in Elden (nabij Arnhem) over een lengte van 100 meter springen, waardoor met grote kracht het Rijnwater de Betuwe binnenstroomde. Nog diezelfde avond deden ze nabij de Gouden Klomp bij Elst hetzelfde met de Griftdijk. De zogenaamde operatie Ooievaar was begonnen.
Hollandse SS'ers en landwachters maakten de inwoners van dit gebied wijs dat de Engelsen de dijk hadden gebombardeerd, om de hele streek onder water te zetten. Hoe dan ook, het was binnen de kortste keren één grote binnenzee. Overal dreef fruit, da tdoor het oorlogsgeweld niet geoogst hadden kunnen worden, boomstammen en veel dood kleinvee. Bij laag gelegen huizen reikte het water al snel tot aan de dakrand.


Nooddijk bij Ochten
Het was eigenlijk alleen de bedoeling van de Duitsers het gebied van  Elden/Lent tot aan de liniedijk in Ochten/Kesteren onder water te zetten, maar op 6 december bezweek dit dijkje door de toenemende druk van het water en viel het Duitse plan letterlijk in het water. De met water onkundige Duitsers waren doodsbenauwd, vooral toen de voor de Engelsen bedoelde ramp zich tegen henzelf begon te keren. De dijken van het Amsterdam-Rijnkanaal, tussen Rijswijk en Tiel, moesten nu deze watermassa keren en mocht dat niet lukken, dan zou zelfs het rivierengebied tot aan Gorinchem onder water komen te staan.
Voor de inwoners aan de oostelijke kant van dit kanaal was deze ontwikkeling vanzelfsprekend een ramp. Op 5 december stond in Lienden, Ingen en Maurik het water op sommige plaatsen hoger dan twee meter.

In het dagboek van Liendenaar Jan van den Broek stond daarover het volgende: ,,Het water komt vlug omhoog en stroomt reeds over de uitweg. In de slaapkamer eten we 's morgens brood en het fornuis is na veel passen en meten ook hier geplaatst. Het staat op twee veilingkisten, zodat we om half drie kunnen eten. Appels, kool, knolraap, wortels en aardappels naar de zolder gebracht en kolen op de koestal.''

Het water stroomde in de nacht van 7 op 8 december 1944 ook de laag gelegen Heuvelstraat te Rijswijk binnen. Het ging zo snel en dat er nauwelijks tijd was om uit de huizen te komen en het vee veilig op de dijken te brengen. De mensen moesten met het vee achter zich aan, tot over hun middel door het water waden. Veel kleinvee, kippen, geiten en schapen verdronken en grote voedselvoorraden gingen verloren. Sommige mensen zagen geen kans meer de dijk te bereiken en werden enkele dagen later vanuit zolderramen uit hun woningen gehaald. Zij brachten angstige uren door.
Op 10 december stond het water in Maurik zelfs zo hoog dat het vee in de kerk gestald moest worden. Het dorpje was reeds een toevluchtsoord voor evacués uit het Westland en Zeeland en nu kwamen er ook nog eens duizenden uit de omtrek bij. Op een gegeven moment telde het zelfs 10.000 inwoners.

Vaak sliepen hele gezinnen met twintig of meer personen op de achterzolder van een boerderij. Koken vond primitief plaats op een zogenaamd duveltjes kachel. Iedere dag was er hetzelfde eten: aardappelen met appels of peren. Als je geluk had soms met een stukje spek. De hygiënische omstandigheden waren middeleeuws: warm water en wasgelegenheden waren er niet en spoedig kreeg men last van schurft en luizen. Er waren geen wc's op de bovenverdieping, zodat de po's uit het zolderraam werden geleegd. Dat er hierdoor erg veel gevallen van difterie waren, wekt geen verwondering.
Hoewel Zoelen aan de goede kant van het kanaal lag, steeg het water ook daar tot ongekende hoogte, vooral nabij de Broeksteeg. De oorzaak daarvan was het kwelwater dat werd aangevoerd door de onder het kanaal doorlopende duikers van de Linge en de Maurikse Wetering. Het Zoelense-, Rijswijkse- en Burense veld vormde één grote watervlakte, tot aan de Aalsdijk toe.
Bij een eventuele evacuatie was je een verloren mens. Dat betekende immers: plunderen en roven, want door de geringe tijd, die men dan kreeg, was het onmogelijk om iets waardevols mee te nemen. ,,Liever veilig op zolder alles in eigen dorp afwachten, dan naar elders te moeten vertrekken.''

De Duitsers riepen ten einde raad de hulp in van Rijkswaterstaat en onder hun leiding werkten honderden mannen uit de omgeving dag en nacht. Met kruiwagens, schoppen, planken en zandzakken, zag men kans de net aangelegde kanaaldijk te versterken.
Een eventuele dijkdoorbraak bij de duiker van de Maurikse Wetering, zou een ramp voor Zoelen hebben betekend: de Broeksteeg zou helemaal zijn weggespoeld. Op 16 december stond het water net onder de kruin van de dijk, maar daarna begon het water gelukkig weer te zakken.
Na drie weken begon het plotseling hard te vriezen en veranderde de grote binnenzee ten oosten van de kanaaldijk in een grote ijsbaan. Het voordeel daarvan was dat iedereen zich makkelijker kon verplaatsen en elkaar kon bezoeken. Na enkele dagen begon het waterpeil weer te zakken en werd het ijs levensgevaarlijk.
Het dagboek vermeldt het volgende bij 1e kerstdag:,,Wij hebben in plaats van koffie vanmorgen een bouillonblokje met water gedronken en vanmiddag in plaats van thee warme limonade met een klein pannenkoekje. Vanavond hebben we met z'n allen kerstliederen gezongen. De kersttakjes aan de muur en op tafel een pul met takken, waar we van zilverpapier een sterretje in hebben gemaakt. Zo zitten we wel geïsoleerd, maar toch Kerstfeest.''

De kerstdagen en de jaarwisseling werden nog doorgebracht in 'de IJstijd'. Daarna begon het te dooien en werden de wegen weer langzaam begaanbaar en was het grootste gedeelte van de Betuwe weer droog.
Na de geweldige sneeuwval van januari 1945 steeg het water in de grote rivieren opnieuw en op 1 februari maakte de burgemeester van Zoelen bekend dat de situatie van de Waaldijk bij Ochten kritiek was. Er moesten drie enorme gaten in allerijl worden gedicht. Alle mannelijke inwoners tussen de 16 en 50 jaar werden opgeroepen om zich de volgende dag bij de Elzenpas in Drumpt te melden. Vandaar zouden de ongeveer 750 man voor veertien dagen naar Ochten worden overgebracht. Loon en onkosten waren voor rekening van de Wehrmacht.....Ondanks dat laatste, was er weinig animo voor. Het was voor velen erg gevaarlijk, daar Ochten in de vuurlinie lag van de geallieerden in het Land van Maas en Waal. Beschietingen waren aan de orde van de dag en er waren daarbij veel burgerslachtoffers gevallen.

Op 10 februari stond Rijswijk weer geheel blank. Het water bleef echter maar stijgen en van lieverlee ontstond dezelfde situatie als in december. De Betuwe werd opnieuw een grote binnenzee en weer was het de westelijke kanaaldijk die voor Zoelen en het achterland als beslissende buffer fungeerde. Grote delen van Zoelen kwamen weer onder water te staan. Toen daar op 13 februari weer een oproep werd gedaan om zich voor werkzaamheden aan de kanaaldijk te melden, omdat anders de huizen van de inwoners onder twee meter water kwam te staan, was de animo veel groter. Uit alle omliggende dorpen en steden, zoals Beusichem, Culemborg, Geldermalsen, riepen de dijkgraven en heemraden mannen op om te komen graven. Men schatte hun aantal op ruim 3800. Door hen werd op één dag op de gehele kanaaldijk van Rijswijk tot Tiel een noodbekisting van ongeveer een meter aangelegd. De situatie was kritiek, maar rond 20 februari bereikte het water de allerhoogste stand en was het gevaar geweken.

Nadien hebben de Duitsers voor de derde keer geprobeerd het water in de Overbetuwe te brengen, maar tevergeefs. De Linge en de Maurikse Wetering werden opgestuwd en de sluisdeuren bij Rijswijk door duikers schoongemaakt, dichtgedraaid en vastgezet. Het mocht evenwel niet baten, want er brak een voor die tijd zeldzame droge tijd aan. Het einde van de oorlog in mei 1945 was tevens voor de Betuwe het einde van de steeds dreigende verschrikking van het water.
Meer informatie is te vinden op de website van Richard van de Velde: www.oorlogsslachtoffersgemeenteburen.nl. Ook telefonisch bereikbaar: 0345-502583.
        
De grote watervlakte bij Maurik in januari 1945. De familie Van den Broek haalt de Weck-ketel op.

Mijn bijdrage

Vul verplichte (*) en gewenste velden in.Uitleg Voorwaarden

Bericht:

Labels: (Trefwoorden waarmee anderen uw bijdrage kunnen vinden (komma gescheiden))

Foto ('s) (alleen jpg-bestanden)

Youtube URL:

Naam:*

E-mail:* (nodig om uw bericht te activeren)

Zend mij een e-mail wanneer anderen reageren op dit artikel of deze bijdrage

De redactie ontvangt een kopie van uw bijdrage.

Agenda

Vandaag

16.00 - 1We Academy TrainingTiel

Vrijdag 24 februari 2012

20.30 - Matty Charles live in ...Kerk-Avezaath

Zaterdag 25 februari 2012

16.00 - Choral evensongBeusichem

Maandag 27 februari 2012

19.30 - Worshop "Nieuwe Overzicht"Kerk-Avezaath

Donderdag 01 maart 2012

13.00 - Inloopmiddag APS pijntherapieKerk-Avezaath

Maandag 05 maart 2012

19.30 - Website bouwen voor ...Tiel

Donderdag 08 maart 2012

19.45 - Mindfulness CursusTiel19.45 - Mindfulness CursusTiel

Dinsdag 13 maart 2012

20.00 - Meditatie Proeverij ...Tiel20.00 - Meditatie Proeverij ...Tiel

Meer agenda-items >